Argumenten voor aanbieden van mineralen aan reeën en andere, in het wild levende, hoefdieren.
Argumenten voor aanbieden van mineralen aan reeën en andere, in het wild levende, hoefdieren.
Naar: Waarom likzout plaatsen? Van: J. Beekhuis in 'de jachtopzichter' 1997 en het in de praktijk bestaande vermoeden dat reeën strooizout van wegen likken.
Waarom likzout voor reeën plaatsen?
Sinds jaar en dag is het in grofwildgebieden gebruikelijk om een mogelijk tekort aan calcium en andere mineralen te compenseren door het verstandig verstrekken van likblokken. Hoewel het nut ervan in de praktijk bewezen is blijft het moeilijk te argumenteren en blijven er bij "buitenstaanders' vragen bestaan. Dit laatste blijkt soms uit opmerkingen in de trant van 'het moet toch geen veeteelt worden'.
De eiwitvoorziening van reeën is niet alleen afhankelijk van het eiwitgehalte van het voedsel maar ook van de spijsvertering van reeën. Voldoende ruwvoer en koolhydraten die ter beschikking komen van de bacteriën en darmflora in het darmstelsel zorgen ervoor dat deze bacteriën zich uitbreiden en zelf weer als eiwitbron dienen. De calcium-fosforverhouding van de voeding is daarbij van groot belang: er moet minstens tweemaal zoveel calcium als fosfor ter beschikking staan.
Via gewassen op de rijkere gronden bijvoorbeeld uiterwaarden komen op een natuurlijke wijze het calcium en de mineralen in de spijsvertering.. Grote wilde hoefdieren zoals herten en reeën vinden deze voedselbronnen door deze in hun leefgebied op te zoeken. De mineralen worden in hun lichaam opgeslagen waar ze een reserve vormen voor bijvoorbeeld de winter. We zien dat op zoek gaan naar rijke voedselbronnen bijvoorbeeld aan het trekken van edelherten naar uiterwaarden of het aannemen van voedsel van akkers en weiden. De grote hoefdieren zijn goed instaat om zelf de rijkste bronnen te vinden. Zij vinden het voedsel op goed bemeste wildakkers snel.
Bij het ontbreken van mineralen of een scheve verhouding tussen de mineralen verslechteren kenmerken zoals gewicht, van de dieren snel ten opzichte van de dieren die dergelijke bronnen wel beschikbaar hebben.
In het groeiseizoen is er in de groene delen van de planten fosfaat en kalium beschikbaar. De toestand van de bodem met name de hoeveelheid calcium bepaalt of deze ook voldoende beschikbaar zijn. Met name de vrhouding Kalium en Calcium . Naarmate de bodem zuurder is zal er minder calcium beschikbaar zijn voor de dieren. In dat geval is het extra ter beschikking stellen van calcium zinvol. Aanwijzingen voor een niet optimale verhouding van mineralen in de voedselbronnen kan worden vastgesteld door het nemen van bodem- en gewasmonsters op die plekken waar de dieren vaak foerageren. Maar is vaak ook vast te stellen aan de conditie van de dieren.
Hierboven wordt gesproken over het, in het groeiseizoen, verstrekken van extra calcium. In de winter, na winter en vroege voorjaar is er geen vers groen beschikbaar. De bouwstoffen voor de planten op armere gronden zijn vastgelegd in minder makkelijk te verteren voedsel. Dat betekent dat de voedingsstoffen zoals fosfaten slecht beschikbaar zijn voor de dieren. In die omstandigheden kan het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld fosfaten de voedingsbalans verbeteren.
Een verschijnsel dat wijst op de zoektocht van grote hoefdieren naar mineralen is de grotere verspreiding van, en het verhoogde aantal verkeersongevallen met reeën in winters met sneeuw. De reeën zijn dan meer dan anders in de bermen en op de weg. Vermoedelijk omdat zij daar strooizout zoeken. Dit is een omstreden verklaring en zou onderzocht moeten worden. Het aanbieden van zout op minder gevaarlijke plekken kan die aanrijdingen met reeën misschien voorkomen.
Zowel in het groeiseizoen als in de winterperiode kan invloed worden uitgeoefend op de voedingsbalans. Die invloed kan worden uitgeoefend met evenwichtig voedsel of aangevuld met mineralen in de vorm van likstenen.
Het is aan de beheerder om hier de juiste keus dan wel combinatie uit te vormen.
Reeën beinvloeden door evenwichtig voedsel
Het evenwichtig aanbieden van de beschikbare mineralen in de leefomgeving is met name afhankelijk van of deze optimaal aanwezig zijn en optimaal opgenomen kunnen worden door de reeën. De mineralen kunnen voor de reeën bereikbaar worden door bijvoorbeeld de houtachtige gewassen af te zetten. Daardoor gaat de vegetatie verjongen waardoor kruidachtige/groene plantendelen bereikt kunnen worden door de reeën. Ook kan er gekozen worden om een deel an het gebied als voer- of bladakkers in te richten.
Er zou ook gekozen kunnen worden om het leefgebied van de reeën te vergroten bijvoorbeeld door er voor te zorgen dat dieren toegang krijgen tot rijkere gronden in de omgeving.
Een aanvullende optie is het verbeteren van de algehele voedingstoestand van het gebied. Dat kan door al dan niet pleksgewijs mineralen aan de natuur toe te voegen. Als het gaat om het aanvullen van te eenzijdig voedsel is het beter wild- en bladakkers aan de hand van grondmonsters te bemesten. Aanvullend daarop kunnen er op de armere zandgronden of in strenge winters mineralen in de vorm van likstenen worden aangeboden.
Reeën likstenen aanbieden
De praktijk leert dat het met enige regelmaat een blok likzout het bos ingooien niet efficient is. Een vrij groot gebied wordt met een te veel aan zouten en andere mineralen beïnvloed. Directe aanraking en overmatig verlies van blokken zijn te voorkomen door de blokken hoog te bevestigen en de mineralen langs stammen of takken te laten lekken. De dieren likken de mineralen dan van de stam of takken en nemen zelfs de zoute grond op aan de voet van de stam.
Een simpele methode om mineralen gericht aan te bieden is door de mineralen langs een paal te laten lopen. De mineralen kristaliseren tegen de paal en de reeën likken de mineralen van de paal. Het meest eenvoudig wordt dit bereikt door een houder bijv. palstic bloempot buiten bereik van de reeën (circa 2mtr. hoog) op een loodrechte paal te bevestigen. De houder wordt niet afgedekt en is aan de onderzijde zodanig open dat regenwater met mineralen langs de paal loopt. De reeën vinden al snel de paal en zullen de mineralen van de paal likken. Let op dat u bijvoorkeur zoutbestendige maar niet chemisch verduurzaamde materialen gebruikt.
Zo kan men in de directe omgeving van wildakkers, bladakkers en/of percelen hakhout mineralen aanbieden.
In al deze gevallen zal de natuurlijke draagkracht van het gebied vergroten en zal de populaties reeën beter instaat zich te handhaven en zich te vermeerderen. Hiervan profiteren overigens niet alleen de reeën. Want ook andere wilde dieren zoals konijnen, muizen, eekhoorns en zelfs duiven maken van deze mineralen gebruik.
De controle van het gebruik kan niet alleen mooie sporen opleveren maar wellicht ook de beloning in de vorm van een mooie afworpstang!
literatuur: Praktijkboek biotoopverbetering, drukkerij: Het Wapen Van Renkum