Voor een doelmatig en efficient beheer van in het wild voorkomende diersoorten (fauna) wordt een faunabeheerplan opgesteld om tot een evenwichtige stand van diersoorten in een bepaald gebied te komen. Zo'n faunabeheerplan bestrijkt meestal enige jaren. Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de belangen van landbouw, tuinbouw, bosbouw, natuurbeheer en recreatie. Het beheer van reeënpopulaties vormt een onderdeel van zo'n faunabeheerplan.
Dit faunabeheerplan dient gebaseerd te zijn op hedendaagse biologische inzichten. Speciale aandacht wordt onder andere besteed aan beschermde diersoorten zoals reeën en hoe daar mee om wordt gegaan. Dat deel wat over het beheer van de reeënpopulatie gaat heet het reeënbeheerplan. Dat deel wordt nogal eens verward met het afschotsplan. Hierover mag echter geen twijfel bestaan. Het afschot en daarbij behorende plan is slechts één deel van de beschikbare middelen om het gestelde doel voor reeën te realiseren en dus slechts een uitwerking van het fauna- en reeënbeheerplan.
In een faunabeheerplan staan volgens de Flora- en Faunawet art. 10 Besluit faunabeheer:
- Een aanduiding van de omvang van het werkgebied van de faunabeheereenheid
- Een kaart waarop de begrenzing van het werkgebied is aangegeven
- Kwantitatieve gegevens over de populatie, met inbegrip van gegevens over de aanwezigheid van de populaties gedurende het jaar
- Onderbouwing van de noodzaak tot beheer, waarbij wordt aangegeven welke belangen worden geschaad indien niet tot beheer zal worden overgegaan
- Beschrijving van de mate waarin deze belangen de afgelopen vijf jaar zijn geschaad
- De gewenste stand van de populatie
- Beschrijving van de aard en omvang van de handelingen die zullen worden verricht om de gewenste stand, bedoeld in onderdeel 6, te bereiken
- Per gewas een beschrijving geven van de handelingen die de afgelopen vijf jaar zijn verricht om de schade als bedoeld in onderdeel 5, te voorkomen en een beschrijving van de effectiviteit van die handelingen
- Een beschrijving van het voedselaanbod, de relatie tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie van de betrokken diersoort alsmede van de mogelijkheid van uitwisseling met aangrenzende terreinen
- Een beschrijving van de plaatsen waar en in welke perioden van het jaar waarin de in g bedoelde handelingen zullen plaatsvinden
- De mogelijkheid om gebruik te maken van een aan de FBE verleende ontheffing voor jachthouders die niet bij de FBE zijn aangesloten
- Een inschatting van de verwachte effectiviteit van de in onderdeel 7 bedoelde handelingen
- Een beschrijving van de wijze waarop de effectiviteit van de voorgenomen handelingen zal worden bepaald
Bovenstaande dient dus onderdeel te zijn van het reeënbeheerplan en is de basis voor het, eventueel, reguleren van het aantal reeën door leden van wildbeheereenheden.