Door allerlei oorzaken zoals geboorte, ziektes, verhoogde wildschade, veranderde draagkracht van het gebied, enz. kan het nodig zijn om maatregelen tegen de reeënpopulatie te nemen. Hiervoor moet dan een reeënbeheerplan worden gemaakt. Het ree is namelijk een beschermde diersoort.
In het reeënbeheerplan is vastgelegd hoe de reeënstand er uit moet zien om de beheerdoelen te bereiken. Hierbij is rekening gehouden met de draagkracht van het terrein. Dit afschotplan dient gemaakt te worden voor een zo groot mogelijke eenheid maar op zijn minst een wilbeheereenheid. Het reeënbeheerplan wordt onderbouwd met actuele inventarisatiegegevens zodat voldaan wordt aan de wettelijke eisen van een faunabeheerplan. Alleen dan zal de aanvraag om een maatregel te nemen tegen een beschermde diersoort in overweging worden genomen gevolgd door het al of niet verlenen van een ontheffing of eventueel aanwijzing.
Zodra een ontheffing of eventueel aanwijzing is gegeven begint het werk pas echt. Dan moet het reeënbeheerplan namelijk goed worden uitgevoerd. Het moet goed worden uitgevoerd om de in het plan genoemde en door de overheid onderschreven doelen te bereiken. Wie de maatregelen daadwerkelijke uitvoert is voor de overheid van minder belang.
Dat kan door de eenheid samen met de individuele betrokkenen onderling geregeld worden. Het behoort echter wel tot de taak van de beheereenheid om toe te zien op de deskundigheid van de uitvoerenden.