Voor elke faunabeheereenheid, leefgebied of WBE kan een reeënbeheerplan worden opgesteld. Het gaat om het gefundeerd invloed uitoefenen op deze beschermde diersoort.
Uit welke onderdelen moet een reeënbeheerplan zijn opgebouwd om in de praktijk goed te kunnen funktioneren?
Hierin wordt als eerste de doelstelling van het beheer van reeën geformuleerd. Die zal in de regel luiden:
'Het instandhouden van een gezonde reeënpopulatie die wat betreft aantal en samenstelling zoveel mogelijk overeenkomt met de draagkracht van het terrein.'
De eisen die aan een faunabeheerplan worden gesteld moeten in het reeënbeheerplan volledig worden uitgewerkt. Je kunt daarbij denken aan gegevens die een overzicht geven van de situatie toen, het beheer, de aantallen, de geslachtsverhouding enz.. Vervolgens geef je een omschrijving van de draagkracht van het terrein en hoe die is bepaald. Tenslotte beschrijf je hoe de situatie nu is en wat er ten opzichte van vroeger eventueel is veranderd. Je kunt daarbij denken aan sterk gewijzigde invloeden zoals grondgebruik in de landbouw, ruilverkavelingen, landschappelijke beplantingen, enzovoorts. Handig is het om een goede actuele kaart van de werkgebieden toe te voegen aan het beheerplan.
Daarna kan men de visie voor de toekomst vermelden. Wat moet of kan er veranderen met het oog op de doelstellingen. U gaat een plan van actie opnemen en omschrijven op welke wijze en door wie de resultaten van het beheer worden vastgelegd en beoordeeld. Tenslotte is het goed om te vermelden voor welke periode het beheerplan geldig is, en hoe het eventueel kan worden bijgesteld.
Het beheer van reeënpopulaties naar een draagkrachtmodel past goed in de hedendaagse wildbiologische opvattingen. Bij het draagkrachtmodel wordt uitgegaan van een evenwichtssituatie tussen de hoeveelheid voedsel, dekking, rust en het aantal reeën in een gebied. Dit evenwicht wordt door een aantal factoren zoals geboorte, sterfte, emigratie en immigratie bijgesteld. Voor een gefundeerd reewildbeheerplan moet men beschikken over een aantal gegevens zoals het voedselaanbod, dekking, rust het aantal reeën in het gebied, hun verspreiding, hun voortplantingssnelheid en de conditie van de dieren. Deze informatie wordt verkregen door een aantal inventarisaties uit te voeren en kunnen leiden tot beheermaatregelen zoals bijvoorbeeld zetten of verwijderen van afrasteringen en/of tot een afschotsplan.