donderdag, september 09, 2010
 
Draagkrachtbepalen Geldersche Achterhoek

In de Gelderse Achterhoek functioneert een methode om in de praktijk betrekkelijk eenvoudig, snel en doeltreffend de draagkracht van een biotoop voor reeën te bepalen. Met name de voor velen als gecompliceerd ervaren bestaande draagkrachtberekeningsmodellen was de aanleiding voor de ontwikkeling van deze werkwijze. De basis voor dit model het waarderen van voedsel en dekking kunnen ook uitgewerkt worden met het draagkrachtmodel van Van Haaften. Het model Achterhoek wijkt echter af van dat model omdat zij ook de, voor herkauwers noodzakelijke, rust betrekt bij de waardering.

Uitgangspunt van de methode is dat de draagkracht van een gebied in verhouding tot de populatiegrootte in een gebied staan. 

Voor een wetenschappelijke onderbouwd populatiebeheer is dit model niet geschikt. Het draagkrachtmodel Gelderse Achterhoek lijkt 'simpel' en in zijn uitwerking 'grof'. In de praktijk blijkt dat de resultaten nagenoeg overeenkomen met de praktijk. Iedereen met enige kennis van reeën kan dit model begrijpen en toepassen. Het kan snel inzicht geven in het aantal, vermoedelijk, aanwezige reeën. 

DE OPZET

Uitgangspunten.

Bij dit draagkrachtmodel wordt uitgegaan van de primaire levensbehoeften van de reeënpopulatie in de meest kritieke jaargetijden winter en vroeg voorjaar namelijk:

  • VOEDSEL
  • RUST
  • DEKKING

Deze worden gewaardeerd in een periode dat er geen hoge gewassen in het veld aanwezig zijn. Globaal vanaf de maand november tot en met mei.

WERKWIJZE

  • Vaststellen te waarderen gebied
  • Representatief deelgebied selecteren en beoordelen
  • Reewildpunten representatief gebied bepalen
  • Stand reeën representatief gebied vaststellen
  • Reewildpunten per ree vaststellen
  • Overige deelgebieden waarderen
  • Elk gebied afzonderlijk beoordelen en reewildpunten bepalen
  • Totaal aantal reewildpunten gedeeld door reewildpunten per ree uit representatief gebied geeft globaal draagkracht reeën
  • Controle achteraf (geschatte stand over jaren vergelijken met draagkracht)

Een beheergebied wordt als geheel beoordeeld maar kan ook ingedeeld worden in regio's. (zie voorbeeld gebiedindeling)

Binnen dit gebied wordt een deelgebied gekozen dat het meest representatief is voor het gebied ten aanzien van voedsel, rust en dekking en er is een betrouwbare schatting van het aantal reeën over tenminste vijf jaar van het gebied.

De verantwoordelijken voor het reeënbeheer binnen het gebied, meestal de reeënbeheercommissie, deelt ter plaatse, dus in het veld, het representatieve gebied op in stukken, sectoren met eenzelfde biotoop. 

Voor elke sector, inclusief de directe omgeving, worden punten gegeven voor rust, voedsel en dekkingDit aantal punten wordt vermenigvuldigd met de oppervlakte van de sector (zie invulformulier). 

De gegevens van alle sectoren in het deelgebied overgenomen op een verzamelstaat. De punten van de sectoren worden bij elkaar opgeteld tot het, voor het representatieve gebied, aantal reewildpunten.

Dan wordt het aantal reeën dat er per jaar in het representatieve gebied leefden bepaalt uit de gegevens van de afgelopen 5 jaren. Indien de gegevens van de laatste 5 jaren niet bekend zijn kan desnoods de laatste 3 jaren worden gebruikt.

Het aantal reewildpunten wordt nu gedeeld door het aantal reeën dat gemiddeld per jaar aanwezig was. Daardoor krijg je het aantal punten per ree. Een ree heeft in het op te nemen gebied zoveel punten aan voedsel, rust en dekking nodig. Dit is het uitgangspunt voor het gehele op te nemen gebied.

Nu kunnen van alle overige beoordelingen de vermoedelijke aantal reeën afgeleid worden door de reewildpunten te delen door de aantal punten per ree. De per gebied bepaalde reewildpunten worden dus gedeeld door het aantal punten per ree dat gevonden is in het referentie gebied. Hieruit volgt het aantal reeën dat onder normale omstandigheden in de deelgebieden kan zijn. (zie voorbeeld berekening reewildpunten)

Tenslotte is het belangrijk te controleren of het totale aantal 'reewildpunten' gedeeld door het totaal aantal aanwezige reeën (tellingen) voldoende overeen komt met de uitkomst van het 'kapstok gebied'. Zo niet, dan kunnen er inschattings fouten gemaakt zijn. bijv. is de verstoring of voedsel voorziening anders dan geraamd of er wordt gestroopt.

Met deze methode is het mogelijk om binnen een beheergebied per beheerder het afschot te bepalen in verhouding tot andere jachtvelden binnen het gebied.

De draagkracht en dus het verwachte aantal reeën veranderd als de omstandigheden in voedsel, rust of dekking veranderen. De draagkracht kan snel opnieuw bepaalt worden op basis van dit model.


Snel verder

Kenniscentrum Reeën Gebruiksovereenkomst Privacybeleid