Als het na een koude periode eind mei en begin juni verassend warm wordt krijgen de reeën niet alleen hun kalveren. Maar de boeren gaan dan maaien. De kalveren zijn zich niet bewust van het gevaar dat er aan komt. Ze liggen enigzins beschut in het lang gras dat soms zo blijft tot eind juni het gras hooi moet worden. Maar meestal is dat niet zo. Het gras moet vers in de kuil.

Veel van hun omgeving hebben ze al in enkele uren als veilig ervaren. Een nieuw voorwerp wordt in één etmaal als gevaarlijk of niet herkend. Bij het gevaar dat zij tot dan kenden hebben ze zich leren drukken. Echt vluchten kunnen ze nog niet goed. De jonge dieren zijn kwetsbaar voor de niets ontziende machines.
Tenzij ...
De reegeit zal de reekalveren niet snel in een gebied laten waar zij zelf nerveus wordt van de nieuwe indrukken die zij opdoet. Een reekalf kan al in één etmaal het gevaar van een nieuwe situatie inschatten en zal snel wennen. De boer of andere beheerders kan van deze kennis gebruik maken en zorgen dat de reekalveren het te maaien weiland niet meer zo aantrekkelijk vinden. Dat de reekalveren het weiland al voordat begonnen wordt met maaien als niet pluis ervaren. Ze gaan dan liever terug naar waar ze de eerste dagen zijn opgegroeid, onder een braamstruik, in een heidepol of in een andere ruigte.
Doe je dat consequent dan leren alle reeën zelfs de maatregel als sein voor komende verandering kennen.
De ervaring leert dat zorgen dat de reeën het weiland in de morgen voor het maaien verlaten en niet aannemen meer maaislachtoffers voorkomt dan tijdens het maaien proberen slachtoffers te voorkomen. Het is bovendien leuk om de maategelen te nemen. Je leert naar enkele jaren waar de kalveren meestal liggen en zult steeds vaker voorkomen dat reekalveren slachtoffer worden van het maaien.