Om een indruk te krijgen van de conditie van mens en dier wordt de relaltie tussen gewicht, lichaamsbouw en vetten gebruikt. De factor gewicht is daarbij één van de belangrijkste. Bij alle bekende methoden van onderzoek naar dieren worden de dieren gewogen.
Het ontweidgewicht is het dier inclusief kop, poten en vel maar zonder geslachtsdelen, nieren, pens, ingewanden, lever, hart, longen en slokdarm, het geweide. Gewichten van de dode reeën moeten consequent worden genoteerd (met één cijfer achter de komma) en altijd in relatie met het reewildmerknummer, datum afschot en geschatte leeftijd. Een handzame unster, die tot 25 kg gaat is, onontbeerlijk.
Het is gebruikelijk bij statistisch onderzoek aan reeën om te werken met het ontweid gewicht. Het ontweid gewicht kan gewogen worden. En je kunt het ontweid gewicht schatten door het totale gewicht te verminderen met het geweide. Het gewogen ontweid gewicht is veel betrouwbaarder dan het geschatte ontweid gewicht.
Het wegen van dode reeën
Een voorbeeld van de informatie die in ieder geval beschikbaar moet komen, is in een schematisch overzicht hieronder weergegeven.
|
Datum
Afschot
|
Reewildmerk
nummer
|
Leeftijd
|
Ontweid gewicht
|
|
|
|
< 1 jaar
kalf
|
1 – 2
jaar
|
> 2
jaar
|
in kg.
|
|
|
|
geit
|
bok
|
smalree
(geit)
|
jaarling
(bok)
|
geit
|
bok
|
|
|
11/02/07
|
RW 1720
|
x
|
|
|
|
|
|
9,2 kg.
|
|
11/02/07
|
RW 1721
|
x
|
|
|
|
|
|
8,1 kg.
|
|
15/02/07
|
RW 1722
|
|
|
|
|
x
|
|
15,8 kg
|
|
20/02/07
|
RW 1723
|
|
|
x
|
|
|
|
12,3 kg.
|
|
8/05/07
|
RW 1746
|
|
|
|
x
|
|
|
12,0 kg.
|
|
18/05/07
|
RW 1747
|
|
|
|
x
|
|
|
11,9 kg.
|
|
1/08/07
|
RW 1748
|
|
|
|
|
|
x
|
16,3 kg.
|
Bij de uitwerking op WBE niveau van de gemiddelde gewichten per leeftijdscategorie is het raadzaam bij de kalveren de gemiddelden per maand te berekenen. Dit omdat het gewicht van de kalveren aan grotere schommelingen onderhevig is dan bij volwassen dieren (verschil in gewicht begin en eind afschot periode).
Bij de uitwerking van de gemiddelde gewichten van reebokken is het raadzaam een onderverdeling te maken van gemiddelde gewichten voor en na de bronst. Immers, tijdens de bronst verliest de bok het nodige aan gewicht.
Hiermee wordt ook direct duidelijk dat uitwerking van deze gegevens niet mogelijk is wanneer de datum van het afschot niet bekend is.