Deel op Facebook

Fijnproeven

Reeën eten in de schemering. Het is daarbij belangrijk dat zij de plek waar zij hebben gegeten inprenten. Onervaren reeën leren van ervaren soortgenoten waar ze het beste voedsel kunnen vinden. Daardoor ontstaan vaste paden (wissels) door hun gebied. Als zij die wissels volgen komen ze langs het voedsel. Vermoedelijk is de reegeit die de beste plekjes weet de leidende geit.

Reeën hebben ten opzichte van andere herkauwers een hoge stofwisseling en een kleine pensinhoud. Zij moeten dus per tijdseenheid veel energie uit hun voedsel halen en in vergelijking met andere wilde herkauwers zoals edelherten en damherten vaker eten. Reeën eten daarom bij voorkeur licht verteerbaar, eiwitrijk voedsel. Zij bepalen hun voedsel door ruiken en proeven. Daarom leidt te weinig rust voor het herkauwen tot verminderde gezondheid van het ree.

In de voedselrijke perioden eten zij niet alles wat ze voor de bek komt, zoals echte grazers dat doen, maar zoeken het voedsel zorgvuldig, hapje voor hapje, uit. Het lijken snoepers, maar eigenlijk zijn ze intensief bezig het beste van het beste uit te zoeken. Dat noemen we 'concentrate selectors'. Hun smalle snuit is daar zeer geschikt voor.

In het vroege voorjaar eten ze sappige knoppen, en scheuten van bomen, struiken, aangevuld met kruiden uit slootranden en bermen. De spijsvertering van het ree is optimaal voor kruidachtige gewassen. In de winter is er minder goed verteerbaar voedsel, dan wordt er meer houtig voedsel gegeten zoals bijvoorbeeld boombast en eikels.

Afbeelding: Reebok in beschutting van struikgewas

Het voedsel en de rust voor de spijsvertering bepalen de gezondheid van het ree. De gezondheid van het ree is daarom een belangrijke aanwijzing of er voldoende voedsel en rust in een gebied aanwezig is. Door het voedsel en de rust voor reeën in een gebied te bepalen kun je schatten of en hoeveel reeën in dat gebied kunnen leven, de draagkracht.


Advertentie!


Advertentie!