Reeën zijn geen kuddedieren, hun levenswijze wordt echter wel in belangrijke mate beinvloed door onderling gedrag.
Een duidelijke vorm van sociaal gedrag zien we bij de vorming van sprongen in de herfst en winter, waarbij een aantal Reeën zich tegelijkertijd op dezelfde plaats ophouden, zich tegelijk in dezelfde richting verplaatsen en steeds dicht bij elkaar blijven.
Ander sociaal gedrag zien we bij de territoriumactiviteiten. Die activiteiten vinden o.a. plaats tussen:
Daarnaast zien we sociaal gedrag tussen reeën bij het zogen en het bewaken van de kalveren.
Bij het sociale gedrag doen allerlei zichtbare, hoorbare en ruikbare signalen dienst. Je kunt daarbij denken aan de individuele geur van het dier, gemarkeerde plaatsen en geluiden. Het is bijvoorbeeld gebleken dat Reeën zich door hun geur onderscheiden.
Territorium activiteiten bokken
Tussen de bokken bestaat een duidelijke rangorde, die voornamelijk door de leeftijd wordt bepaald. Bokken houden als regel van jaar tot jaar hetzelfde territorium en verdedigen dit tegen jongere bokken. Ontmoetingen tussen bokken verlopen vaak min of meer agressief. Hoe dichter ze in rangorde bij elkaar staan, hoe eerder het tot strubbelingen komt.
De grootte van het territorium kan variëren van ongeveer 10 tot meer dan 20 hectare. De grootte is afhankelijk van de reeëndichtheid, de leeftijd van de bokken, de geslachtsverhouding en het voedselaanbod. Is de reeëndichtheid hoog, dan overlappen de territoria elkaar voor een deel. De dieren die wat lager in de rangorde staan, moeten genoegen nemen met een minder goede plaats, of zijn helemaal niet in staat een territorium te bezetten. Zwakkere jaarlingbokken hebben daarom meestal geen eigen territorium. De sterke jaarlingbokken worden weggejaagd uit het territorium van oudere bokken. Dat is een aanwijzing dat zij een bedreiging vormen.
De Reeën die het hoogst in de rangorde staan bezetten de beste gebieden, dit geldt voor geiten en bokken. Onderling maken ze die rangorde uit.
In het territoriale gedrag van de bokken kunnen we drie fasen onderscheiden.
-
De hiërarchische fase. Deze begint als na de winter de sprongen uiteen gaan en duurt tot begin juni. In deze tijd wordt het territorium uitgezocht en in bezit genomen, gepaard gaand met veel vechtpartijen. De onderlinge rangorde wordt definitief vastgelegd.
-
De territoriale fase. Deze duurt van begin juni tot het midden van de bronsttijd en kenmerkt zich door een streng handhaven van de territoria. De bokken komen niet in elkaars territorium.
-
De onverschillige fase. Deze duurt van het midden van de bronst tot na de winter, als de sprongen weer uiteen gaan. In de 2e helft van de bronst zoeken de bokken ook buiten hun eigen gebied naar bronstige geiten. Het komt dan regelmatig weer tot strubbelingen met andere bokken. Na de bronst wordt het gedrag van de bokken door de geiten met kalveren bepaald. De bokken houden zich dan op bij het familieverband geit met kalveren. De territoria overlappen zich, zonder dat het tot ernstige vechtpartijen komt. Na het afwerpen van het gewei is er van een territorium geen sprake meer.
In de winter zoeken de reeën de beste voedselgebieden. Daar houden zich dan veel Reeën op. In deze gebieden maken de sterkste bokken in het voorjaar hun territorium. In maart begint het markeren van het territorium. Dat gebeurt door krabben met de voorlopers en heftig met het gewei tegen takken en boompjes te slaan. Deze markeerplekken zijn duidelijk zichtbaar voor ons. Maar tijdens dit markeren worden ook geurstoffen uit de voorhoofdsklier op de plantendelen aangebracht. Krabplaats en geurmerk vormen samen een signaal voor andere reeën.
Als desondanks twee bokken van gelijke rang elkaar tegenkomen, dan bestuderen ze elkaar (zekeren) en lopen langzaam op elkaar toe. Op een tiental meters van elkaar verwijderd zekeren ze opnieuw. Daarna gaan ze over tot het imponeren en bedreigen van elkaar.
Bij de imponerende houding wordt de hals recht naar boven gehouden, de kop iets opzij gedraaid.
Bij het dreigen wordt met de lopers gekrabd, de kop laag gehouden en het gewei naar de tegenstander gericht. Deze dreighouding kan overgaan in stotende bewegingen in de richting van de ander, zonder dat deze geraakt wordt.
Komt het echt tot een vechtpartij, dan stappen de bokken op elkaar toe en worden de geweien tegen elkaar gestoten. Ze duwen elkaar dan heen en weer. Als voor hen duidelijk is wie de sterkste is dan wordt de vechtpartij afgebroken. De verliezer toont een onderdanige houding waarbij hij de kop laag houdt met de oren naar voren waarna hij niet veel later vlucht. Soms nagejaagd door de rivaal.
Tot ernstige verwondingen komt het niet vaak. Vaak is de vorm van het gewei en/of de positie ten opzichte van elkaar de oorzaak van verwondingen. Als van opzij of van achteren wordt toegestoten, kan dit ernstige tot dodelijke gevolgen hebben. In zeer zeldzame gevallen raken de geweien in elkaar verstrikt waardoor de bokken in een situatie kunnen raken waarbij ze verongelukken.
Sociaal gedrag van vrouwelijk Reewild
Ook het vrouwelijk Reewild bezit vaste territoria. Een reegeitterritorium is, in de regel, het leefgebied van een geit met haar smalree en kalveren. De smalreeën verlaten de geit (moeder) tegen de tijd dat deze kalveren krijgt en keert pas na de bronst weer in het familieverband terug tot het volgende voorjaar. Dan zoeken zij hun eigen territorium en krijgen daar voor het eerst kalveren.
Als in de tijd voordat de kalveren worden geboren, meerdere geiten dezelfde plek willen, dan komt het tot agressief gedrag zoals het elkaar achterna jagen. De territoria van de verschillende reeënfamilies overlappen elkaar voor een deel. Met als gevolg dat moederloze kalveren regelmatig aansluiting vinden in een andere familiegroep.