donderdag, september 09, 2010
 
Energiehuishouding Minimaliseren

Het beschikbaar zijn van kwalitatief goed voedsel is bepalend voor de lichamelijke conditie van het Ree en indirect voor de sociale rangorde.

In het voorjaar en de zomer, is de variatie en het aanbod in voedsel het grootst. Hierdoor zijn reeën in staat om het, in diezelfde periode, veel energie kostend gedrag goed te doorstaan. Daarnaast is in de nazomer en herfst nog voldoende voedsel in de vorm van groen en vruchten aanwezig om voor de aanvang van de winter een stevige vetreserve op te bouwen. In jaren met veel eikels en beukenoten wordt een extra dikke vetlaag gevormd die heeft extra effect op de weerstand van het ree en de groei gedurende de winter en het voorjaar van de ongeboren kalveren en het nieuwe gewei.

In de winter hebben Reeën relatief meer energie nodig dan ze in de vorm van voedsel op kunnen nemen. Ze teren dan in op hun vetreserves. Als kalveren niet voldoende gegroeid zijn in de zomer gaat het voedsel dat in de winter wordt gegeten op aan lichaamsgroei in plaats van opbouwen van reserves. Hierdoor zijn ze minder goed in staat strenge winters te overleven. Door onderzoek is vast komen te staan dat de omslag in groei naar opbouw in vetreserves bereikt wordt als reekalveren ongeveer 12,5 kilo zijn. Als op dat moment echter niet voldoende voedsel meer beschikbaar is, wordt er geen vetreserve opgebouwd.

Behoefte aan water treed in de regel niet op omdat het ree aan het weinige vocht dat in het voedsel aanwezig is voldoende heeft. In extreem droge perioden ziet men echter regelmatig Reeën naar drinkplaatsen gaan om te drinken. Bij een tekort aan vocht treden spijsverteringsstoornissen op die dodelijk kunnen zijn.

Vitamines en mineralen die het Ree nodig heeft zijn in het algemeen voldoende aanwezig in het natuurlijke voedsel. Het voeren van Reeën is in de regel overbodig. In de winter kan, als er langdurig een dikke laag sneeuw ligt gevoerd worden om de soort in stand te houden. Er ligt in Nederland echter vrijwel nooit zolang en dik sneeuw dat de reserves van alle reeën volledig uitgeput raken en er geen voedsel voor hen bereikbaar is. Wel kan het voorkomen dat reeën die in de herfst geen vetreserves hebben opgebouwd aan het eind van de winter en in het vroege voorjaar sterven. Dit is dan meestal het gevolg van onevenwichtig voedsel dat leidt tot spijsverteringsstoornissen en diarree met als gevolg sterfte door uitdroging.

In het verleden was bovenstaande kennis de reden om in de nazomer en herfst hoogwaardig reeënvoedsel in de natuur te brengen zoals hooi, aardappels en fruit. Dit zogenaamde bijvoeren had eigenlijk alleen maar tot doel grote en zware reeën en bijbehorende geweien te krijgen. Dat doel van Reeënbeheer is niet meer van deze tijd. De reeën zijn in Nederland gezond en hun aantallen nemen nog steeds toe dankzij de diverse vormen van beheer die Nederland kent.

Echter; er zijn grote lokale verschillen in dichtheid en conditie. Die worden waarschijnlijk veroorzaakt door, niet zo bedoeld, maar desastreus gedrag van mensen. Want het tegenovergestelde van bijvoeren is uithongeren. De stress van onregelmatig gebruik van het reeënleefgebied door mensen zorgt er namelijk voor dat zij het aanwezige voedsel niet voldoende kunnen omzetten naar energie. Als reeën daardoor in de nazomer geen reserves op kunnen bouwen sterven zij in de winter en vroeg voorjaar ten gevolge van honger.

Modern reeënbeheer zou zich dan ook moeten richten op:

  • beschikbaar zijn van natuurlijk voedsel
  • voorkomen van verstoring van het reeëngedrag.
  • zorgen dat de populatie op het moment dat de vetreserves worden opgebouwd de maximum reeëndichtheid niet overschrijdt.

Snel verder

Kenniscentrum Reeën Gebruiksovereenkomst Privacybeleid