zaterdag, februari 04, 2012
 
Leeftijd bepalen aan gewei

De opbouw van het gewei is sterk afhankelijk van factoren in de omgeving van het ree. Die invloed is zelfs zo groot dat het onmogelijk is om op basis van het gewei de leeftijd te bepalen. De externe invloeden overheersen te sterk de erfelijke aanleg voor en groei van het reeëngewei.

Toch zijn er wel kenmerken aan het gewei die iets zeggen over de leeftijd van het ree. Die kenmerken en daarbij behorende leeftijden zijn bevestigd door deze te vergelijken met andere methoden van leeftijdbepalen. Dat is gedaan in een stabiele reeënpopulatie waarvan de dieren op voederplaatsen kwamen en in die omgeving hun geweistangen afwierpen. ( "über rehe", A.u.J.v. Bayern)

Zo is een gewei zonder rozen van een bok niet ouder dan anderhalf jaar. De lengte van de stangen neemt, tot de reebok vier- a vijf jaar is,  toe. Daarna worden de stangen, met het ouder worden van het ree, weer korter. Het volume van het gewei neemt echter nauwelijks af. Dit noemen reeënbeheerders terugzetten. Dit terugzetten van het gewei komt dus tot uiting in de lengte en niet in de massa van het gewei.

De basis van het gewei, de rozen, blijven in omvang wel groeien. Daardoor blijft de indruk bestaan dat oudere bokken een groter gewei hebben. Maar de schijnbedriegt. De verhouding lengte: dikte van het gewei verschuiven namelijk zoals gezegd van lengte naar dikte. De oudere bok heeft een korter maar forser gewei.

Voorwaarde is dat de condities waaronder het gewei groeit jaar op jaar hetzelfde zijn. Zoals bijvoorbeeld in een dierentuin, een geïsoleerd gebied of een wildpark. Op indrukwekkende wijze heeft hertog Albrecht van Bayern, in zijn Oostenrijkse berggebied, aangetoond dat er een relatie is tussen de grootte en massa van het gewei in relatie tot het biotoop ten tijde van het bouwen van vetreserves voor de winter.

De conclusie luidt: De grootte en de massa van het gewei wordt in eerste instantie door erfelijke aanleg bepaald maar komt alleen tot volle omvang als de leefomgeving van de bok optimaal is. Met als logisch gevolg dat een bok met een goede erfelijke aanleg in een slechte leefomgeving nooit een 'kapitale reebok' zal worden. Zonder gericht beheer op het verbeteren van de leefomgeving is er dus weinig kans dat de goede erfelijke aanleg zichtbaar wordt. In een biotoop ontstaat de meest optimale situatie als de populatie reeën onder tot gelijk is aan de draagkracht van die leefomgeving. En als er bovendien rust in het leefgebied is ten tijde van opname van winterreserverves en groei van het gewei is er een grote kans dat een gewei uitgroeit tot een 'kapitaal' zesender gewei.


Vereniging Het Reewild Gebruiksovereenkomst Privacybeleid