zaterdag, februari 04, 2012
 
Leeftijdsbepaling aan het reeëngebit

Kenmerken aan de onderkaakhelften van Reeën als gevolg van gebitslijtage:

 

Gebitsslijtage aan de onderkaakhelft

Leeftijd

Omschrijving (P = premolaar, M = molaar)

 

Enkele weken

Melksnijtanden, melkhoektanden en melkpremolaren aanwezig M1 begint te groeien.

 onderkaakhelft_6wkn (Foto: Baltus Klip)

Acht maanden

5 kiezen aanwezig: P1, P2, P3 (melk, P3 driedelig) en M1 en M2 (blijvend)

onderkaakhelft_8mnd (Foto: Dick Gussinklo)

Eén jaar

6 kiezen aanwezig: P1, P2, P3, alle drie worden door blijvende kiezen gewisseld. M1, M2, en M3 alle drie blijvende kiezen. Op de afbeelding zijn P1 en P2 Reeds gewisseld. De driedelige melkkies P3 wordt door de tweedelige blijvende P3 omhoog geduwd.

onderkaakhelft_1jr (Foto: Dick Gussinklo)

Anderhalf jaar

6 kiezen: P1, P2 en P3. In het achterste deel van P2 komt het tandbeen tevoorschijn. M1, M2 en M3. De kauwrand steekt 3-4 mm boven het kauwvlak uit en lijkt op een scherpe zaag

onderkaakhelft_18mnd (Foto: Dick Gussinklo)

Tweejarig

6 blijvende kiezen: P1: begin van slijtage aan het achterste deel. P2 lijkt van opzij op een dakprofiel, ook aan het voorste deel is tandbeen zichtbaar. P3 vertoont begin van slijtage. Bij Ml, M2 en M3 de kauwrand ongeveer 3 mm boven het kauwvlak. Scherpe zaag.

onderkaakhelft_24mnd (Foto: Dick Gussinklo)

Drie jaar

P1 is wat meer afgesleten. P2 nog een dakprofiel, iets meer afgesleten. P3 sterker afgesleten, Het bruine tandbeen is duidelijk te zien. Ml: De kauwrand wat vlakker. M2 en M3 de kauwrand wat lager. Nog steeds een duidelijke zaag

onderkaakhelft_36mnd (Foto: Dick Gussinklo)

Vier jaar

P1 meer afgesleten, meer tandbeen zichtbaar. P2 idem, nauwelijks nog een dakprofiel.
P3 sterker afgesleten. Bij M1 liggen de kauwrand en kauwvlak op gelijke hoogte. Plooien zijn nog iets zichtbaar. M2 en M3 nog met scherpe spitsen.

 

Vijf jaar

P1 en P2 sterker afgesleten. Tandbeen duidelijker te zien. Bij P3 is de kauwrand stomp. Bij M1 zijn de plooien in het voorste deel verdwenen. In het achterste deel zijn ze nog zichtbaar. Bij M2 en M3 zijn de kauwrandspitsen vlak. Het is geen zaag meer.

 

Zes tot zeven jaar

P1 sterk afgesleten. P2 praktisch vlak. P3 spitsen sterk afgesleten. Bij M1 zijn de plooien geheel weg. Bij M2 zijn de plooien nog zwak zichtbaar. Bij M3 zijn de plooien nog aanwezig.

onderkaakhelft_84mnd (Foto: Dick Gussinklo)

Acht tot negen jaar

P1 sterk afgesleten. P2 helemaal vlak. P3 sterk afgesleten. Bij M2 zijn de plooien in het achterste deel nog zichtbaar. Bij M3 zijn de plooien nog aanwezig. De kies is één vlak.

onderkaakhelft_108mnd (Foto: Dick Gussinklo)

Tien tot twaalf jaar

P1, P2 en P3 zijn zeer sterk afgesleten. Geheel vlak. M1 is een diepe kuil. Bij M2 zijn de plooien verdwenen. Bij M3 mogelijk nog een restant van de plooi aanwezig. De kiezen zijn geheel vlak.

onderkaakhelft_144mnd (Foto: Dick Gussinklo)


Gebit als hulpmiddel bij bepalen leeftijd

In het eerste levensjaar van een ree kun je aan de hand van het gebit, vrij nauwkeurig de leeftijd vaststellen. Desondanks is het een benadering die door verschillende factoren beïnvloedt wordt. Bij oudere reeën is de leeftijdsbepaling aan de hand van de veranderingen van het gebit meer een ruwe schatting. Hiervoor moeten de beide onderkaakhelften gebruikt worden.

Uit onderzoek is gebleken dat bij deze methode van leeftijdsbepaling in twintig procent van de gevallen een foute schatting wordt gemaakt. Daarvan is in negentig procent van de gevallen de leeftijd te hoog ingeschat. In de praktijk wordt bij het bepalen van de leeftijd van het gebit gebruik gemaakt van referentie kaken waarvan de leeftijd met behulp van slijpplaatjes is vastgesteld. Er was dus blijkbaar sprake van meer dan normale slijtage! Andere kenmerken van leeftijd zijn waarschijnlijk onvoldoende meegenomen bij de bepaling.  

onderkaak

Als eerste kijk je of het een melkgebit op een blijvend gebit betreft. Daarna vergelijk je de slijtage, verandering, aan de onderkaak, met onderkaken waarvan de exacte leeftijden bekend zijn. Heb je het overeenkomstige slijtagebeeld aan een kaak gevonden, dan ga je na of de overige kenmerken van het ree overeenkomt met de kenmerken die horen bij de gevonden leeftijd. Bijvoorbeeld het vergroeien van de schedelnaden de verbening van het neustussenschot.

Vaak zul je dan een correctie naar beneden en soms naar boven moeten doen. Beide onder kaakhelften zijn nagenoeg gelijk afgesleten maar af en toe niet. In dat geval zul je de best passende leeftijd moeten nemen. Dit is ook de reden waarom je beide onderkaakhelften moet beoordelen.

slijpplaatje

Aanzienlijk betrouwbaarder is de leeftijdbepaling door middel van een slijpplaatje. Daarvoor wordt een kies aan twee zijden afgeslepen totdat er een heel dun schijfje overblijft waar licht doorheen kan. Dit schijfje wordt onder een microscoop 100 tot 200 keer vergroot en bekeken. Je kan dan, net als de jaarringen bij een doorgezaagde boom, jaarlijnen zien en dus tellen. Hier moet je wel opletten of het een molaar of een premolaar betreft. Bijvoorkeur wordt de eerste molaar gebruikt aangezien deze zich vanaf de geboorte ontwikkeld. De snij-en hoektanden zijn voor de leeftijdsbepaling minder goed te gebruiken.

Foto: Ton Richter

Slijpplaatje M1, 10 jarige reebok

Zowel voor het bepalen van de leeftijd aan het gebit als voor het maken van slijpplaatjes kunt u terecht bij de Vereniging Het Reewild. Zij kunnen u in contact brengen met deskundigen in uw regio. Op de website  www.faunabeheer.info heeft één van die deskundigen, Ton Richter, informatie over slijpplaatjes nog verder uitgewerkt.  


Vereniging Het Reewild Gebruiksovereenkomst Privacybeleid