Het Ree is de kleinste van alle hertensoorten in ons land. Het heeft een schouderhoogte van 60 - 80 cm.
De lichaamsgrootte van het Europese ree varieert. Dat is afhankelijk erfelijke aanleg en van de biotoopomstandigheden in de maanden augustus tot december. Uit praktijkonderzoek in een Steirisch berggebied is gebleken dat met name voldoende voedsel en rust in die periode een grote invloed hebben op de groei van reeën. Dit is met name vastgesteld aan reekalveren en geweien van reebokken. (Uber Rehe, A.u.J.v.Bayern)
Globaal kan men zeggen dat naar het oosten toe, reeën zwaarder worden. Het lichaamsgewicht varieert tussen 15 kg (1 jaar) en 25 kg (oudere dieren). Het gewicht is afhankelijk van de kwaliteit van het voedsel. Ook is aangetoond dat met stijgende hoogte en dus toenemende winterkoude, de reeën zwaarder worden.
Door zijn lichaamsvorm en afmetingen is het Ree uitermate geschikt om zich in dichte ondergroei en hoog gras voort te bewegen.
In verhouding tot de romp zijn de poten (lopers) sierlijk en lang. Door de sterk ontwikkelde dijbeenspieren kunnen Reeën verre en hoge sprongen maken. De hals is smal en de romp is gedrongen, van voren wat zwaarder dan achter. De staart bestaat uit een kort stompje en is aan de buitenkant van het lichaam praktisch onzichtbaar.
De vacht is meestal roodbruin in de zomer en grijsbruin in de winter. Het staartje is onopvallend circa 2 - 3 cm lang.
Opvallend is de spiegel. De karakteristieke witte achterkant van het ree. Afhankelijk van het jaargetijde is deze spiegel opvallend wit tot vuilwit. Er is een duidelijk verschil tussen de spiegel van een geit en de spiegel van een bok. De geit heeft een zgn. schortje, een ongeveer 7 cm lang haarbosje onder aan de spiegel. Daardoor lijkt de spiegel van de reegeit hartvormig. De bok heeft een veel kleinere spiegel zonder schortje. Die spiegel is daardoor niervormig. Het onderscheid kunnen maken tussen reegeit en reebok is makkelijk als je meedoet aan het tellen van reeën. De spiegel heeft een multifunctioneel karakter. In geval van onraad wordt de spiegel groter en ziet er uit als poederdons. Daarmee waarschuwen de reeën elkaar. En als ze met een kalf achter zich wegspringen is dat het teken te volgen.
Als in de winter de reebokken geen gewei dragen, zijn ze ook te herkennen aan het penseel, een 10 cm lang haarbosje bij de opening van de voorhuid.

In de huid bevinden zich geurklieren die stoffen afscheiden met een bepaalde geur. Een duidelijk zichtbare geurklier van het ree bevindt zich tussen de tenen van de achterpoten (achterlopers) net boven de hoeven (schalen). Het is te zien als een donkere, iets langer behaarde, ronde vlek. Er zijn er echter nog meer, bijv. bij het gewei van de reebok.
Het gewei is als je dit vergelijkt met de geweien van andere hertachtigen klein (ca. 25 cm. lang) en bestaat uit met parels bezette ronde stangen met totaal zes takken (bij uitzondering acht of meer einden). Alleen reebokken dragen een gewei. In de late herfst valt het gewei af waarna de opbouw van een nieuw gewei direct weer begint.
De grote reeën ogen hebben een zwarte iris met daarin een dwars geplaatste pupil. De ogen bevinden zich aan de zijkant van de kop, wat een zeer groot gezichtsveld oplevert. De reeën oren zijn lang en ovaal van vorm. Het reeën gebit is bestemd om plantendelen te eten. Net als mensen hebben reeën een melkgebit dat al in de eerste anderhalf jaar wordt gewisseld voor het permanente gebit.