Het moment waarop het gewei begint te groeien, het moment waarop de groei stopt, het moment waarop het gewei wordt afgeworpen worden gestuurd door hormonen.
Bij het bokkalf beginnen zich op een leeftijd van drie maanden op de schedel rozenstokken te ontwikkelen. Dit vindt plaats onder invloed van het mannelijk geslachtshormoon testosteron??. Hierop ontwikkelt zich bij sterke bokkalveren het eerste geweitje, in januari/februari wordt het geweitje afgeworpen en direct begint de ontwikkeling van het volgende gewei. Als ze één jaar oud zijn (jaarling) hebben deze bokken al hun tweede gewei. Het tweede gewei heeft altijd rozen.
Bij zwakkere bokkalveren begint de ontwikkeling van het eerste gewei pas in januari. Dit kan een behoorlijke lengte bereiken en zelfs spitser gehoorhoge gaffel- of zesender gewei zijn. Dit eerste gewei heeft geen rozen en wordt normaal in de late herfst afgeworpen.
Tijdens de groei van het gewei zijn de stangen omgeven door de bast, een soort dicht behaarde huid. Het gewei heeft aanvankelijk een vlezige kern. Later vindt, van onder af, kalk toevoeging plaats waardoor een snelle verbening plaatsvindt.

Het mannelijk geslachtshormoon testosteron dat onder andere mede door de testikels wordt gevormd, speelt een belangrijke rol. Vroeg gecastreerde bokkalveren krijgen geen gewei. Worden bokken die al wel een gewei hebben gecastreerd, dan groeit hun gewei jaar op jaar door zonder dat het wordt afgeworpen. Het zogenaamde pruikegewei.