De vorm van het gewei is zeer verschillend, en erfelijk bepaald. We onderscheiden eivormig, hartvormig, vier formaat en andere typen van geweien. Bevinden zich het voorend en het achterend op dezelfde plaats aan de stang, dan spreken we van een kruisbok. De vorm van het gewei is bij de meeste bokken jaar op jaar hetzelfde.

Abnormale geweivorming
Abnormale geweivorming komen met enige regelmaat voor en deze hebben vaak grote belangstelling van reeënbeheerders. Deze misvormingen ontstaan onder andere door: hormonale storingen, groeistoring, ziektes, bevriezen, beschadiging, bloeduitstorting, rozenstokbreuk, zware verwonding aan het lichaam. Maar ook door te korten aan mineralen.
Bij het ontbreken van het geslachtshormoon ontbreken ook de rozenstokken en het gewei.
Bij verlies van de testikels nadat zich rozenstokken hebben gevormd wordt het verbenen en afsterven van het gewei gestopt. Door het niet afsterft maar blijven leven ontstaat het pruikengewei. De groeisnelheid daarvan is verschillend. Groeit een pruikengewei snel, dan betekent dat in de regel een vroegtijdig einde van de bok.
Als er tijdens de groeiperiode van het gewei andere stofwisselingsproblemen voordoen, kan een afwijkende vorm van het gewei het gevolg zijn. Zo kan door onvoldoende kalk toevoer de verbening van het gewei gestoord worden en kan het gewei vreemde vormen gaan aannemen, zoals een kurkentrekkergewei of een moeflongewei.
Een ander groeistoornis die vermoedelijk ontstaat door een hormonale afwijking is het zogenaamde dubbelgewei. Het nieuwe gewei begint in dat geval te groeien voordat het oude is afgeworpen. Het nieuwe gewei groeit dan om het oude heen. Als dit voorkomt is het meestal bij jaarlingbokken met een gewei zonder rozen.
Het komt voor dat een gewei volgroeit is maar dat het niet geveegd is. De bast droogt op en vormt een zwart, leerachtig omhulsel. Dit ledergewei is vermoedelijk ontstaan door ziektes in de bast of het gewei.
Bij zeer lage temperaturen kan het bastgewei bevriezen, waardoor bast en beenderstructuur afsterven. Waarschijnlijk is niet in eerste instantie de vorst de oorzaak, maar andere storingen in het ree, die het gevoeliger maakt voor lage temperaturen. Anders zouden immers reeën in zeer koude streken veel meer, zo niet allemaal, dit verschijnsel moeten vertonen.
Tijdens de opbouw van het gewei is dit zeer gevoelig voor beschadigingen. Wordt helemaal aan het begin van de geweiopbouw het gewei beschadigd dan kan dit leiden tot de vorming van bijvoorbeeld een veelender gewei. Bij een breuk van het bastgewei breekt de stang af of hangt het afgebroken deel naar beneden (pendelgewei), vastgehouden door de bast, waarna het geheel in die vorm vergroeit. Indien er geen beschadiging is van de rozenstokken zal in het volgende jaar het gewei op een normale wijze ontwikkelen.
Door beschadiging van het voorhoofdsbeen, ziektes aan de rozenstokken of bindvlies ontsteking kunnen beide rozenstokken vergroeien tot één rozenstok. Dit eenstanggewei komt zelden voor. Dit in tegenstelling tot het naar elkaar groeien van twee rozenstokken waardoor rozen en /of stangen zodanig tegen elkaar groeien dat het éénstang lijkt. Dit komt reglmatig voor bij éénjarige bokken.
Een andere variant is het afbreken van één rozenstok waardoor slechts één stang wordt opgezet. Of het beschadigen van de eerste geweiaanzet waardoor er meer dan twee stangen worden gevormd.
De bloeduitstorting veroorzaakt onder de bast zwellingen waaruit het bloed niet heeft kunnen wegvloeien Dit vormt het zogenoemde blaasgewei, Een gewei waaraan een grote uitstulping is te zien, die hol is.
Door uitwendig geweld, bijvoorbeeld het in botsing komen met een afrastering of een auto, kan een rozenstok breken. Dit kan een ernstige beschadiging betekenen, die kan leiden tot permanente afwijkende geweivorming.
Zwaar letsel aan het lichaam, met name aan de botten kan leiden tot vervorming van de diagonaal tegenover gelegen geweistang.