Haren dienen in eerste instantie als bescherming tegen koude, zon en de verwondingen. Behalve dat dienen haren ook als middel om te communiceren of te imponeren. Zo attenderen reeën hun soortgenoten op mogelijk gevaar door de haren van de spiegel te spreiden. Daarnaast dienen sommige haren de tastzin. En aangezien het levende deel van de haren, de haarwortel, in verbinding staat met uiterst gevoelige zenuwuiteinden, zijn haren instaat de geringste trillingen te registreren.
De eerste beharing, van de reekalveren, is bruin met in de lengterichting rijen witte vlekken. In de nazomer gaat de vacht met vlekken over in een eenkleurig bruine vacht. Om daarna in de eerste herfst over te gaan in winterhaar waarin geen vlekken meer zitten.
Een volwassen ree verhaard twee keer per jaar, eenmaal naar winterhaar en eenmaal naar zomerhaar.
Winterhaar
Vanaf eind augustus zien we het grijze winterhaar door het rode zomerhaar groeien, beginnend aan de kop en vervolgens aan de hals en de rest van het lichaam.
De beharing in de winter bestaat uit dekharen waaronder zich een wollige onderbeharing bevindt. De dekharen zijn hol en met lucht gevuld. Het onderhaar is heel dun en krullend. De dekharen en het onderhaar vormen samen een optimale isolatie. En dienen als bescherming tegen de kou.
De kleur van de wintervacht varieert van licht- tot donkergrijs. De rug heeft een wat donkerder kleur. In de winter zijn de onderlinge kleurverschillen aanzienlijk minder. Bij de oude reeën zien we aan de keel en hals een lichte vlek. Net als bij het zomerhaar doen zich hier individuele verschillen voor. Als leeftijd kenmerken zijn deze vlekken van geen belang. Aan het eind van de winter wordt de kleur van het haar dof. Door het afbreken van de haarpunten neemt de bruine kleur toe. De kleur ontstaat door het zichtbaar worden van in de haarpunten aanwezig pigment. Pigment beschermt het lichaam o.a. tegen ultraviolette straling.
Zomerhaar
In het voorjaar, in maart en april, verschijnt het zomerhaar en valt het winterhaar uit, het eerst op de schoft en aan de onderkant van de hals, rond de spiegel en op de flanken. Daarna verhaart de hals en als laatste de rug. De voorjaarsverharing is klaar in mei of begin juni. Het tijdstip van verharen kan variëren. Dat is afhankelijk van weersomstandigheden, de leeftijd en de gezondheidstoestand van het Ree. In het algemeen verharen jonge en gezonde reeën eerder dan oude of zieke.

De beharing van de zomervacht is glanzend rood van kleur met wat individuele verschillen van bruin rood tot vaalgeel. Door de invloed van het zonlicht wordt de kleur in de loop van de zomer wat bleker. De spiegel is in de zomer kleiner dan in de winter en geel-wit van kleur.
De kop van de jonge bok heeft een bonte aftekening, vaak met een witte vlek boven de zwarte neus. De bonte gezichtskleuren veranderen met de leeftijd. De individuele verschillen zijn echter zo groot dat ze voor leeftijdsbepaling onbruikbaar zijn. De oude bok heeft een eentonig grijs gezicht met lichte ringen om de ogen (bril).
Afwijkende haarkleuren
Plaatselijk komen zwarte reeën voor. Deze zijn het hele jaar zwart, dus zowel in zomer- als in wintervacht. Behalve zwarte reeën komen ook gedeeltelijke witte reeën voor. In zeldzame gevallen komen zelfs albino of gedeeltelijk albino reeën voor. Albino wil zeggen het ontbreken van pigment. Geen pigment toont als wit maar is in feite meer of minder doorzichtig. Dit is bijvoorbeeld te zien in de iris van het oog als rood. Je ziet de achterliggende rose huid rood weerschijnen.
Er is veel onderzoek gedaan naar mogelijke verschillen tussen zwarte en normaal gekleurde reeën. Wat betreft gewei, lichaamsgrootte en -gewicht zijn er geen verschillen.
