zaterdag, februari 04, 2012
 
Blauwtong

Blauwtong  ()

Ziekteverwekker
Blauwtong is een virus dat verspreid wordt in bloed en sperma van herkauwers. Het virus hoort tot de familie van reovirussen waar ook veel diarreevirussen en luchtwegvirussen bij horen. Er zijn 24 verschillende serotypen bekend.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De ziekte wordt met name overgebracht door knutten. Een knut raakt besmet door het bloed op te zuigen van een besmet dier. In de knut kan het virus zich vermenigvuldigen, maar daarvoor moet de temperatuur wel hoger zijn dan 15 graden. Waar blauwtong heerst, blijkt vaak minder dan 1% van de knutten besmet. Dat verklaart waarom slechts een deel van een populatie of groep dieren besmet is. naar mate de dieren meer bij elkaar leven is de besmetting, verschijnselen en antilichamen,  groter. De ziekte is ongevaarlijk voor mensen. Ook dieren die geen herkauwers zijn, lopen geen risico. Honden en katten kunnen er dus niet ziek van worden.

Vooral schapen kunnen er erg ziek van worden of eraan sterven. Runderen, geiten, en wilde herkauwers kunnen wel met het virus worden besmet, maar worden meestal niet erg ziek. Runderen en andere herkauwers spelen bij de verspreiding en het in stand houden van de infectie in een gebied wel een grote rol.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Er zijn twee ziektebeelden van blauwtong: de acute vorm en de subklinische vorm. Dieren met de subklinische vorm vertonen geen ziekteverschijnselen. Dieren met de acute vorm krijgen koorts en het slijmvlies in de bek raakt ontstoken, verzweerd en breekt af. het meest opvallend is een opgezwollen en blauwgekleurde tong. Daarnaast raken dieren kreupel door een kroonrandontsteking en kunnen drachtige dieren hun vrucht afdrijven. Ook kunnen er problemen met de luchtwegen ontstaan en vermageren de dieren. De sterfte\mortaliteit van dieren besmet met de acute variant kan bij schapen oplopen tot 10%.

Het herstel bij dieren vraagt veel tijd. Het herstel gaat meestal gepaard met met soms ernstige haaruitval (kaal). De dieren hebben een duidelijke groei-achterstand, de melkproductie neemt af (bij melkkoeien tot 50%) en ze zijn vaak niet vruchtbaar meer.

Verspreiding en frequentie
In Europa kwamen met name de serotypen 1, 2, 4, 9 en 16 voor. In Nederland is het serotype 8 vastgesteld. Dit serotype van het blauwtongvirus komt met name voor in Afrika en het Caribisch gebied. Blauwtong kwam met de knut alleen voor in warme gebieden. In Europa gaat het dan om Italië, Spanje, Portugal en Griekenland.

In 2005 was de eerste uitbraak in Zuid-Nederland (Limburg en het oosten van Noord-Brabant) met een gebiedsvreemd serotype. Door het in de veestapel komen van de subklinische vorm van blauwtong is een permanente bron ontstaan voor infectie. Die bron is actief door het groter worden van het leefgebied van de knut.

In 2005-2006 was het virus nog mild pathogeen: er waren wel zieke schapen, maar er gingen weinig dierendood. Bij de schapen waren duidelijke verschijnselen te zien en bij runderen niet. De Gezondheidsdienst voor Dieren onderzocht, in het voorjaar van  2006, circa 60, geschoten, reeën, uit het gebied. Daarbij zijn geen positieve dieren gevonden.

In 2007 verliep de ziekte onder het vee veel extremer en verspreidde de ziekte zich als een olievlek over Nederland.  Ook in de ons omringende landen zien we grote geografische uitbreiding. Er gaan in 2007 relatief veel meer schapen dood en runderen vertonen dit jaar duidelijk ontsteking verschijnselen en een enkel dier gaat zelfs dood. Ook bij Wisenten en Yaks werd Blauwtong vastgesteld. En in Duitsland zijn wisenten aan Blauwtong gestorven.

In Duitsland is tot nu toe bij 20 van 2339 onderzochte wilde herkauwers Blauwtong vastgesteld. Alle positieve dieren kwamen uit Nord-Rhein-Westfalen. Het onderzoek betrof bloedmonsters van geschoten dieren en valwild. Blauwtong is bij edelherten, reeën en moeflons vastgesteld. Bij een Sikahert was de uitslag twijfelachtig. Zowel vorig jaar als dit jaar zijn met name bij edelherten antilichamen in het bloed aangetoond. Uit de rapportage van het seizoen 2006-2007 blijkt dat van de 600 onderzochte bloedmonsters zes edelherten, een moeflon en drie reeën positief waren. Er zijn tot op heden sporadisch wilde herkauwers aan Blauwtong gestorven. Bij tamme moeflons is een aantal dieren ziek geworden en gestorven. En ook bij gehouden damherten en Sikaherten zijn dieren met symptomen van Blauwtong aangetroffen.

België
Bij de verspreiding van Blauwtong in België valt op dat de nieuwe gevallen vooral voorkomen in die delen waar in 2006 vrijwel geen Blauwtong voorkwamen. Mogelijk dat er immuniteit is opgetreden onder de dieren in de gebieden die vorig jaar besmet zijn. In het zuiden van België zijn in 2006 van 684 edelherten en reeën monsters van bloed en mild genomen. Van de 684 de bloedmonsters waren er vier positief. Van 102 stuks waren alle uitslagen negatief. De conclusie is dat er geen massale ziekte en/of sterfte onder edelherten en reeën is opgetreden. Het wild lijkt geen bron voor Blauwtong.

Onderzoek
Of wilde herkauwers zoals reeën problemen ondervinden van het Blauwtong virus, is nog onbekend. Zonder gericht onderzoek zal dit waarschijnlijk het eerste gemerkt worden als de aanwas van wilde herkauwers niet overeenkomt met de verwachting. Deskundigen vragen zich op basis van Belgische ervaringen ook af of er in 2008 meer immuniteit zal ontstaan vanwege de grootschalige uitbraak in 2007. Gezien de ervaringen in Duitsland en Oostenrijk is te verwachten dat ook in Nederland edelherten, moeflons en reeën antistoffen tegen Blauwtong hebben. Het aanwezig zijn van antilichamen geeft alleen aan dat een dier met de ziekteverwekker in aanraking is geweest. Wanneer het afweersysteem van een dier goed werkt en genoeg antistoffen aanmaakt, wordt het niet ziek en dus geen drager. Welk percentage van de wilde herkauwers ook daadwerkelijk ziek wordt, is dus de vraag. En daarmee blijft ook de vraag wat de effecten zijn van een besmetting.

Mogelijk dat de wilde herkauwers evenals runderen hun vruchten verwerpen. In dat geval zullen er in de komende jaren minder jongen geboren worden. Het is belangrijk om daar op te letten.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/cib/infectieziekten  / blauwtong

Bronnen:
KNJV, De Nederlandse jager NR23 2007
RIVM, website


Hondsdolheid

Hondsdolheid Rabies

Ziekteverwekker
De hondsdolheid (rabies) wordt veroorzaakt door een virus

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De overdracht kan al plaatsvinden via een krab of beet van een besmet dier. Alle dieren kunnen hondsdolheid overbrengen, ook mensen. Vooral moet men denken aan vleermuizen en vossen.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Rabiesinfecties voor reeën zijn dodelijk. Eerst is een dier zeer actief en ongecontroleerd, veel speekselen en later verlammings verschijnselen.

Verspreiding en frequentie
In Nederland vormen hoofdzakelijk vleermuizen het reservoir, bij andere zoogdieren is de laatste jaren geen hondsdolheid aangetoond.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/cib/infectieziekten hondsdolheid


Mond- en klauwzeer

Mond en klauwzeer Aphtae epizootica

Ziekteverwekker
Mond en klauwzeer wordt veroorzaakt door een virus.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Het virus wordt verspreid via vocht van besmette dieren, via stof, maar ook via andere dragers. Voor de mens is het gevaar bijna nihil.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Een zeer besmettelijke virusziekte. Alleen evenhoevige dieren zijn vatbaar zoals: koeien, varkens, schapen, geiten, herten enz. Vocht gevulde blaren in de mond, overvloedig speekselverlies, blaren op de hoeven. Andere symptomen zijn hoge koorts.

Verspreiding en frequentie
De laatste jaren zijn in Nederland geen besmettingen waargenomen

Meer informatie (voor professionals) Koninklijke Bibliotheek – dossier dierziekten


Q koorts

Ziekteverwekker
Reeën kunnen besmet worden met Q-koorts door de drager van het virus de bacterie Coxiella burnetii. De letter Q komt van het woord ‘Query’ dat ‘een vraag stellen’ betekent. De bacterie die Q-koorts veroorzaakt, Coxiella burnetii, was namelijk lang onbekend. De ziekte is voor het eerst vastgesteld bij slachthuispersoneel in Queensland, Australië. Vrijwel gelijktijdig werd de bacterie ook aangetroffen in teken in de VS. Bij reeën (Capreolus capreolus) zijn in diverse wetenschappelijke studies uit Zuid- en Oost Europa antilichamen tegen Coxiella burnetii in het bloed aangetoond. Dat betekent dat grofwild besmet kan raken met de bacterie. De gevonden percentages besmette dieren varieerden globaal van 0 tot 30%, afhankelijk van de soort. Het is dan ook aannemelijk dat ook in Nederland onder deze diersoorten al voor de huidige epidemie Coxiella circuleerde, hoewel gegevens hierover ontbreken.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Besmetting met de bacterie Coxiella burnetii kan door inademing van de bacterie en de aanraking met de voortplantingsorganen. De bacterie komt in de lucht in de periode dat besmette dieren jongen krijgen. De grootste bron van besmetting zijn op dit moment besmette geiten of schapen op bedrijven. Zij krijgen jongen in de periode februari tot en met mei. Vooral het vruchtwater en de moederkoek van besmette dieren bevatten grote hoeveelheden bacteriën. De bacterie kan ook voorkomen in melk, mest en urine.

Q-koorts is een infectieziekte die op dezelfde wijze van dieren overgaan op mensen. De infectie komt vooral voor bij herkauwers, maar kan ook bij andere dieren voorkomen. Alle besmette dieren kunnen de infectie overdragen op mensen. Mensen scheiden geen bacteriën uit wanneer ze hoesten en de ziekte is in principe niet van mens op mens overdraagbaar. Overdracht bij orgaantransplantaties of bloeddonatie zou eventueel ook mogelijk kunnen zijn.

Hoewel Coxiella ook in teken kan voorkomen, is er in Nederland geen aanwijzing gevonden dat teken besmet zijn. In 2008 zijn in dit verband 600 teken uit diverse gebieden onderzocht bij het RIVM, daarbij is geen enkele besmette teek gevonden.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Het belangrijkste symptoom van Q-koorts bij geiten en in mindere mate bij schapen is vroeggeboorte of abortus in de laatste maand van de dracht. Bij runderen wordt Q-koorts niet in verband gebracht met abortus maar mogelijk met verminderde vruchtbaarheid. De meeste overige diersoorten vertonen geen symptomen, bij reeën en herten is niet bekend of Q-koorts zich met typische symptomen manifesteert, en zo ja welke. Mogelijk treedt ook bij reeën en herten vroeggeboorte op. Andere symptoom is hoge koorts.

Verspreiding en frequentie
Q koorts bij in het wild voorkomende herkauwers in Nederland wordt in 2010 nader onderzocht. De vraag is bijvoorbeeld of er bij de jacht op grofwild zoals damherten, edelherten, wilde zwijnen, of reeën een risico voor de jager bestaat op besmetting met de bacterie Coxiella burnetii, die Q-koorts veroorzaakt.Naar aanleiding van waarschuwingen die zijn afgegeven aan beheerders die in aanraking komen met wilde hoefdieren.

Nederland kregen voor 2007 gemiddeld 10 tot 20 mensen per jaar Q-koorts. In 2007 waren er bijna 200 gevallen, in 2008 werden er 1000 mensen gemeld en in het afgelopen jaar ontwikkelden meer dan 2300 mensen Q-koorts. Zo’n grote uitbraak van Q-koorts bij mensen is nooit eerder in de wereld wargenomen.

Neem bij klachten die passen bij Q-koorts contact op met uw huisarts.

Voor meer informatie kunt u terecht op de speciale website www.qkoortsinnederland.nl, de website van de VWA www.vwa.nl, de website van het ministeries van LNV en VWS bij de dossiers over Q-koorts.

Naar circulaire voor reeënbeheerders door; Auteurs: Bart van Rotterdam, Merel Langelaar en Joke van der Giessen, RIVM Hendrik-Jan Roest, Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR Andrea Gröne, Dutch Wildlife Health Center, Utrecht


Varkenspest

Varkenspest

Ziekteverwekker
Varkenspest wordt veroorzaakt door een virus.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Eenmaal besmette dieren kunnen elkaar besmetten. Het virus is weliswaar ongevaarlijk voor mensen, maar mensen kunnen het virus wel verspreiden, onder meer via kleding, schoenen en handen. Ook besmette materialen kunnen ervoor zorgen dat het virus wordt verspreid, evenals etensresten waar de dieren mee worden gevoerd.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Alleen varkens en wilde zwijnen zijn vatbaar voor vakenspest.

De varkens zijn erg ziek en hebben een verhoogde lichaamstemperatuur tot 42 graden Celsius. Wat op den duur de dood tot gevolg heeft.

Verspreiding en frequentie
In Nederland is de laatste jaren geen varkenspest aangetoond.

Meer informatie (voor professionals): Koninklijke Bibliotheek – dossier dierziekten


Vereniging Het Reewild Gebruiksovereenkomst Privacybeleid