zaterdag, februari 04, 2012
 
Algemeen

Afbeelding van kringloop van longwormen via gastheer, bodem en tussengastheer zoals slak naar vegetatie en voedsel.

 


Maag- en darmwormen

Maag- en darmwormen

Ziekteverwekker
De grote maagwormen ( 10 - 30 mm) treffen we voornamelijk aan in de lebmaag. De kleinere haarwormen worden veel aangetroffen in het eerste deel van de dunne darm. Daar zuigen ze zich vast aan de slijmhuid. De besmetting vindt plaats door opnemen van voedsel.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Deze parasieten zorgen bij Reeën voor de meeste slachtoffers, vooral als ze al verzwakt zijn en hun conditie te wensen overlaat. In de slijmhuid van de lebmaag en de dunne darm ontwikkelen de larven tot geslachtsrijpe wormen. De eieren van de wormen bereiken met de uitwerpselen de bodem en de vegetatie.
In de bodem en op de vegetatie ontwikkelen de larven. Met name als het gras vochtig is bijvoorbeeld van mist en dauw kruipen de larven langs de plantendelen. Dat is vooral in de vroege ochtend- en avonduren als ook de reeën foerageren. Daardoor worden de wormen dan heel gemakkelijk opgenomen door de reeën.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Aanwijzingen voor het optreden van deze parasieten zijn sterk vermagerde Reeën met een doffe beharing, die laat verharen, met een kromme rug lopen en een vuile spiegel hebben. Of de reeënpopulatie ernstig hinder ondervindt van deze parasieten hangt af van de conditie van de dieren en van factoren zoals wilddichtheid, de vochtigheidstoestand van het terrein en de contacten met andere diersoorten die deze parasieten meedragen.

Verspreiding en frequentie
Natte gebieden leveren een verhoogd risico.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/cib/infectieziekten


Leverbot

Leverbot (fasciolose).

Ziekteverwekker
Leverbotinfectie wordt veroorzaakt door de platworm Fasciola hepatica die in de lever en galgangen van herkauwers leeft en eventueel de mens kan besmetten.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De volwassen leverbot leeft in de lever en legt eitjes die met de gal in de mest van de herkauwer waartoe het ree behoort terecht komen en zo op het weiland belanden. De larven die uit de eitjes komen hebben een tussengastheer nodig, een waterslak van het soort Lymnea, waarin ze tot een volgende stadium evolueren. Uit de slak komen dan weer een soort larve van het volgende stadium, die aan waterplanten of gras in vochtige omgeving ‘vastplakken’ en daar veranderen in een larvestadium dat infectieus is voor de eindgastheer, de herkauwer. Gras etend krijgt de herkauwer deze larve binnen, vanuit het maagdarmkanaal gaat het leverbotje op weg naar de lever en galgangen waar het uitgroeit tot de volwassen bot die weer eitjes gaat leggen. Het ree kan vooral in natte gebieden besmet raken.

Ook de mens kan zich besmetten met het larve stadium dat infectieus is voor de herkauwer.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Dieren vermageren, de haardos in vergelijking met niet besmette dier is dof. Bij jonge dieren kan de infectie hevig zijn en lijdt vaak tot de dood van het dier. Bij een massaal binnendringen van larven kunnen er zelfs leverbloedingen ontstaan met als gevolg acuut sterven. Leverbot kan een reeënpopulatie sterk uitdunnen.

Inwendige ziekteverschijnselen
Als het ree de infectie overleefd zijn onderstaande beelden zichtbaar aan de lever. Verkalkte galgangen en later afsterven van gedeelte van de lever.

Verspreiding en frequentie
De omstandigheden voor het onderhouden van leverbotinfecties bij de dieren zijn zowel geïnfecteerde herkauwers nodig, als omstandigheden die maken dat er slakken zijn (vocht, bijvoorbeeld drassige weilanden). De mate waarin Leverbot voorkomt bij reeën is niet met zekerheid zeggen. Dit hangt af van de mate waarin beheerders en terreineigenaar besmettingen melden en deze worden geregistreerd.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/cib/infectieziekten Fasciolose hepatica


Lintwormen

Lintwormen

Ziekteverwekker
Lintwormen zijn wormen die in de darm leven. Een volwassen lintworm bestaat uit een aaneenschakeling van aan elkaar verbonden kleine stukjes worm, zogenaamde ‘proglottiden’. Er zijn verschillende soorten die als parasiet in verschillende diersoorten leven. Een Grote lintworm, Taenia, kan 4 tot 10 meter lang worden.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
Lintwormen komen eigenlijk in twee verschillende verschijningsvormen voor: één vorm is de daadwerkelijke lintworm, de andere vorm is de cysteuze, oftewel blaasachtige vorm die ook wel ‘blaasworm’ wordt genoemd. De blazige vormen van de Taenia soorten heten ‘cysticercus’. Voor de twee verschillende vormen zijn twee verschillende gastheren nodig. Namelijk:

  • de eindgastheer, het zoogdier (incl. de mens) waarbij het lintworm stadium optreedt

  • de tussengastheer, het zoogdier (incl. de mens) waarbij de blaasvorm optreedt

Van de lintworm laten proglottiden met daarin infectieuze eitjes los. Die komen kunnen zich via oppervlaktewater en riool verspreiden. De eitjes zijn zeer resistent en blijven lang genoeg in leven om veel later grazende herten, reeën, wroetende varkens of zelfs mensen (de tussengastheren) te besmetten.

In die tussengastheer komen de eitjes vrij die door de darmwand heen gaan, en via de bloedbaan in de spieren terecht komen, waar ze ongeveer 1 cm grote blaasjes vormen.

Ziekteverschijnselen, verspreiding en frequentie
Van het Ree zijn bijna geen gegevens bekend over een besmettting met lintworm. We weten bijv. dat blaasworm in het vlees van een ree is geconstateerd. Daardoor is er ook weinig bekend over verspreiding en frequentie van lintwormen bij reeën.

Meer informatie (voor professionals):www.rivm.nl/cib/infectieziekten Taenia species


Longwormen

Longwormen

Ziekteverschijnselen bij het dier
Aanwijzingen voor de aanwezigheid van deze parasieten zijn hoesten, slechte conditie, aanwezigheid van wormpjes in de luchtpijp en longen en afwijkende kleur van de longen. Naast de grote longwormen komen ook de kleine longwormen voor die in het longweefsel haarden vormen die zo groot als een speldenknop maar ook enkele centimeters groot kunnen zijn. Deze haarden zogenaamde "brutknoten" (grijs glazig) zijn goed te onderscheiden van het gezonde longweefsel.

Kleine Longworm (Protostrongylus spp.)

Ziekteverwekker)
Grauwgrijze, enigszins glazige aan de oppervlakkig gelegen ontstekingshaarden in de longen met in de haarden volwassen wormen, larven en eieren van longwormen, de zogenaamde "Brutknoten". Deze komen (vooral) voor in de hoofdkwabben van de longen bij reeën.

foto: Bernhard Arends Brutknoten van kleine longworm

Verspreiding en frequentie
Een aantasting door kleine longwormen schijnen Reeën goed te kunnen doorstaan, als ze niet tegelijkertijd ook last hebben van maag- en darmwormen. Het optreden van sterfte is vaak een gevolg van een combinatie van meerdere parasieten tegelijk.

Grote Longworm ( Dictyocaulus spp.)

Ziekteverwekker
De draadvormige tot ongeveer 10 cm lange grote longwormen zitten in de longen en de luchtpijp van reeën. Vooral in vochtige gebieden komt deze parasiet bij veel reeën voor.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De eieren komen door hoesten vanuit de luchtwegen in de keelholte en worden vandaar met het voedsel ingeslikt waarna ze via het spijsverteringskanaal uiteindelijk als larven met de uitwerpselen naar buiten komen. Via de voedselplanten kunnen ze vervolgens door gezonde dieren worden opgenomen. Via de bloedbaan komen ze in de longen terecht waar ze zich ontwikkelen tot geslachtsrijpe wormen.  Ook schapen en geiten zijn vatbaar voor deze parasiet. Deze dieren kunnen elkaar besmetten.

Meer informatie (voor professionals): Universiteit Würzburg


Vereniging Het Reewild Gebruiksovereenkomst Privacybeleid