Veranderingen in de samenstelling van de reeënpopulatie, het voedselaanbod of het medegebruik van de leefomgeving kunnen er toe leiden dat reeën zich in andere dan de oorspronkelijke leefomgeving vestigen, zoals het open veld. De stijgende dichtheid of veel verstoring zorgt ervoor dat we reeën ook zien op plaatsen waar helemaal niet of zeer sporadisch bos aanwezig is. Zo'n reeënpopulatie past zich soms zelfs aan dat nieuwe biotoop aan. Zij gebruiken dan bij voorkeur de ruige randen, houtsingels en kleine bosjes als dekking.
Als de reeën zich permanent in het open veld ophouden en zich geheel aan dat open terrein hebben aangepast noemen we deze reeën veldreeën. Met name in grootschalige akkerbouwgebieden vallen veldreeën op. Maar in toenemende mate zien we dit gedrag ook in de omgeving van intensief gebruikte natuurlijke omgevingen.
Het voedsel bestaat volledig uit kruidachtige planten en landbouwgewassen. In het algemeen hebben reeën dagelijks een paar momenten waarin ze eten. Veldreeën fourageren echter de hele dag, men kan ze op ieder moment van de dag etend aantreffen.
Veldreeën gedragen zich meer dan andere reeën als kuddedieren, in die zin dat enkele reeën in een sprong zich als als waarnemers gedragen. Steeds is er minstens één ree die de omgeving in de gaten houdt, terwijl de rest eet, herkauwd of rust.De in de herfst gevormde sprongen veldreeën zijn veel groter dan bij reeën in dekkingsrijk gebied. Sprongen van enkele tientallen stuks zijn geen zeldzaamheid. In het voorjaar vallen ook bij veldreeën de sprongen uiteen, alleen wat later dan bij de overige reeën. Ook bezetten de sterkste bokken en geiten de beste leefomgevingen. Die territoria zijn veel groter dan van reeën in gebieden met veel bos en struweel.
Bij onraad vluchten veldreeën niet het bos in, wat reeën gewoonlijk wel doen, maar nemen afstand van het gevaar, het open veld in. Waar ze in de landbouwgewassen, slootkanten en overhoekjes dekking vinden.

Als na de oogst een groot deel van de dekking verdwenen is, zorgen de reeën door over grote afstanden te vluchten voor hun veiligheid. Zodra een ree onraad bemerkt, spreidt het de spiegel die in het open veld zeer goed zichtbaar is. De overige reeën worden hierdoor attent en zekeren. Zodra er één ree vlucht, gaat de rest mee.