Soort gericht beheren van natuur is in een tijd, waarin mensen steeds meer de natuur beschermen, niet altijd geschikt om de problemen waarmee we worden geconfronteerd op te lossen. Dit komt doordat mensen vergeten hoe we tot een bepaalde aanpak zijn gekomen en omdat uitgangspunten en belangen van mensen in de loop der tijd veranderen.

Het beheren vanuit een sleutelsoort heeft een significante invloed op hun omgeving en speelt een cruciale rol in het in stand houden van het ecosysteem inclusief het samenleven met de mens. Maar dat heeft invloed op andere organismen. Hoe voorkom je ongewenste invloeden?

Het ree fungeert als een aansprekende ambassadeur en verbindt ons met biodiversiteit, landschapsbeheer, waterbeheer en andere milieu gerelateerde onderwerpen. Daarom wordt het behoud en beheer van kennis over reeën als essentieel beschouwd.

Het beheer van diersoorten is echter niet altijd goed te onderbouwen met de kennis die wordt gebruikt door juristen en wetenschapper. Dit heeft geleid tot discussies over het beheer. In 2022 zijn de gezamenlijke provincies gestart met een onderzoek naar een aanpak die uiteindelijk wel tot duurzaam onderbouwde afwegingen kan leiden. Deze aanpak biedt ruimte voor adaptief beheren waarbij flexibiliteit en aanpassingsvermogen centraal staan.

Afbeelding: Reegeit en reekalf bij parkeerplaats. Foto: Joke Hendriks

De groei van de menselijke populatie heeft een significante impact op de leefomstandigheden van reeën op verschillende manieren:

  • Versnippering van leefgebieden: De toenemende verstedelijking en infrastructuurontwikkeling leiden tot versnippering van natuurlijke habitats. Hierdoor worden de leefgebieden van reeën kleiner en raken hun migratie migratiepatronen verstoord, waardoor ze minder voedsel en beschutting vinden.
  • Verlies van voedselbronnen: Menselijke activiteiten zoals landbouw, bosbouw en recreatie leiden tot het verlies van voedselbronnen voor reeën. Dit kan directe concurrentie om voedsel betekenen of de vernietiging van voedselrijke gebieden.
  • Jacht en stroperij: In sommige gebieden worden reeën bejaagd voor hun vlees of trofeeën. Hoewel er in Nederland strenge regels zijn voor de jacht blijft stroperij nog steeds een probleem.
  • Verstoring door recreatie: Toenemende recreatiedruk in bossen en natuurgebieden verstoord reeën en geeft de dieren stress. Dit verstoord hun foerageergedrag en rust, wat hun gezondheid en voortplanting beïnvloedt.
  • Verkeersongevallen: Reeën zijn kwetsbaar voor verkeersongevallen, vooral op drukke wegen die door hun leefgebieden lopen. Dit kan leiden tot letsel of dood.
  • Klimaatverandering: Veranderingen in temperatuur, neerslag en voedsel als gevolg van klimaatverandering beïnvloeden de leefomstandigheden van reeën.

De impact van de menselijke populatiegroei op reeën is complex en vereist een multidimensionale aanpak. Door inzicht te verwerven in de verschillende factoren die een rol spelen, kunnen we gerichte maatregelen nemen om de leefomstandigheden te verbeteren en het voortbestaan van reeën garanderen.

Er zijn verschillende beheerstrategieën die kunnen worden toegepast om een gezonde reeënpopulatie te handhaven enkele voorbeelden zijn:

  • Voorlichting en educatie: Het informeren van het publiek over het belang van het beheer van reeën om conflicten tussen mensen en reeën te voorkomen.
  • Leefomgeving beperken en/of beheren: Het beïnvloeden van de leefomgeving om mens, plant en dier beter te laten samenleven. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat gebieden worden afgesloten en dat er alternatieven worden aangeboden zoals natuurlijke buffers, natuurrijk beheerde perceelranden, wildpassages en faunabruggen.
  • Natuurlijke invloeden: Het toelaten van natuurlijke processen om het doel te bereiken. Bijvoorbeeld predatie door wolven, wilde zwijnen en/of lynxen die invloed hebben op de populatie prooidieren en hun gedrag.
  • Concurrentie beïnvloeden: Herbivoren zoals reeën, edelherten, wilde zwijnen en grote grazers concurreren met elkaar om voedsel en ruimte voor rust en dekking.
  • Populatie beheren: Jacht is een belangrijke beheertool om de reeënpopulatie in evenwicht te houden met de leefomstandigheden. De jacht moet worden afgestemd op de grootte van de populatie en de hoeveelheid voedsel, rust en dekking die beschikbaar is.

Deze lijst is niet compleet en het ontbreekt vaak aan de juridische en maatschappelijke onderbouwing en acceptatie van belanghebbenden.

Populatie betekent voor veel mensen; jacht. Het houdt echter in dat een vooraf bepaalde dichtheid van dieren wordt gehandhaaft bijvoorbeeld door middel van afschot. In Nederland wordt dit toegepast op reeën.

Beheerders bepalen de draagkracht van een gebied en beheren vervolgens de reeënpopulatie op basis daarvan. Ze streven er naar om de dichtheid van de reeën op een niveau te houden dat voor de reeën aanvaardbaar is. Soms worden de streefgetallen herzien op basis van de aangeleverde informatie zoals tellingen.

Het huidige beheer gaat veel verder dan alleen schieten. Het omvat ook tellen, interpreteren en bewust kiezen welke dieren, in welke aantallen en waar worden geschoten. Door dit populatiebeheer blijft de reproductie stabiel, zijn de reeën gezond en is het aantal en de verspreiding van de reeën in Nederland toegenomen.

Bij dit beheer kan rekening worden gehouden met de kwaliteit van het leefgebied. (methode van Haaften en de daarvan afgeleide methode Gelderse Achterhoek) of de kwaliteit van de populatie (methode Poutsma en Kotter). Onderdeel van beide methoden is de gesteldheid van de dieren en soms worden er gegevens gebruikt over leefbaarheid, schade aan gewassen en verkeersveiligheid.

Toch is er een toenemende vraag naar motivatie over de effectiviteit en ethiek van het beheren van de reeënpopulatie door afschot. Dit komt doordat de oorspronkelijke motivatie achter lokaal beheer na verloop van tijd wordt vergeten en er nieuwe invloeden ontstaan. Er is behoefte aan meer maatschappelijk aanvaarde onderbouwing en adaptatie van het beheer, evenals juridische en maatschappelijke acceptatie.

Adaptief beheren is een benadering die gericht is op het behalen van specifieke doelstellingen. In plaats van te focussen op de dichtheid aan dieren, richt adaptief beheer zich op het behalen van gewenste doelstellingen. Bij adaptief beheren worden de beheermaatregelen voortdurend geëvalueerd en bijgesteld op basis van monitoren van het behalen van de (sub-)doelen.

Enkele deze doelstellingen zijn:

  • Het bevorderen en handhaven van de biodiversiteit: Adaptief beheer streeft dan naar het behoud en de versterking van de verscheidenheid aan planten en dieren in een ecosysteem.
  • Het verhogen van de staat van instandhouding van een diersoorten en levensgemeenschappen: Het doel is dan om de populatie van bepaalde soorten te beschermen en te vergroten.
  • Het vergroten van de maatschappelijke acceptatie van reeën: Adaptief beheer houdt rekening met de belangen en waarden van belanghebbenden.
  • Het voorkomen van aanrijdingen: Het minimaliseren van verkeersongevallen met reeën.
  • Het minimaliseren van schade aan gewassen: Het beheer richt zich op het minimaliseren van financiële gevolgen.

Voordelen van adaptief beheer ten opzichte van traditioneel beheer zijn onder andere:

  • Kennis voor innovatie: Continu monitoren en evalueren van beheereffecten leidt tot voortdurende verbetering.
  • Flexibel: Adaptief beheer kan zich aanpassen aan veranderende omstandigheden.
  • Doelgericht: Concrete doelstellingen worden in overleg met belanghebbenden vastgesteld.
  • Efficiënt: Beheer wordt afgestemd op de behoeften en overeengekomen methode.

De uitdagingen van adaptief beheer zijn onder adere:

  • Lange termijn oplossing: Het kan jaren duren voordat de gewenste doelstellingen worden bereikt.
  • Betrekken van belanghebbenden: Belanghebbenden moeten zich verantwoordelijk voelen voor het beheerproces.
  • Data verzamelen: Betrouwbare gegevens zijn nodig voor monitoring en evaluatie.
  • Doelgerichte analyse: Interpretatie van gegevens vereist uitgangspunten en modellen.
  • Samenwerking: Intensieve samenwerking is essentieel voor succesvol adaptief beheer.

Het kenmerk van adaptief beheren is doelgericht samenwerken en dit faciliteren. Wie zijn dan de belanghebbenden?

In het rapport "Beheer van wilde hoefdieren in Nederland: Naar een adaptieve aanpak" (BIJ12, 2023) wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de belanghebbenden.

De term "belanghebbende" omvat alle individuen, organisaties en instanties die een belang hebben bij het beheer van hoefdieren, en positief of negatief een ïnvloed hebben op de aanwezigheid en het beheer van de dieren. Een belanghebbende heeft dus invloed óp het probleem, of wordt beïnvloed dóór het probleem.

Er worden primaire en secundaire belanghebbenden onderscheiden.

Primaire belanghebbenden zijn zij die verantwoordelijk zijn voor het beschermen van natuur.

Primaire belanghebbenden omvatten bijvoorbeeld:

  • Provincies: Ze spelen een belangrijke, sturende, rol bij het beheer van hoefdieren, vooral op het gebied van ruimtelijke ordening en verkeer.
  • Landbouw: Boeren en agrarische organisaties hebben te maken met schade aan gewassen veroorzaakt door hoefdieren.
  • Landbouw: Boeren en agrarische organisaties hebben te maken met schade aan gewassen veroorzaakt door hoefdieren.
  • Beheerders: Jagers/boswachters, Wildbeheereenheden (WBE's) en Faunabeheereenheden (FBE's) zijn verantwoordelijk voor het behoud van de staat van een soort of gemeenschap en zijn gemachtigd om hoefdierpopulaties te beheren.
  • Groene organisaties: Natuurbeschermingsorganisaties en andere groene organisaties hebben een belang bij het behoud van biodiversiteit en een gezond ecosysteem.

Secundair belanghebbenden worden geïdentificeerd zodra de eerste stappen zijn geschetst bij het formuleren van maatregelen. De geformuleerde maatregel kan ertoe leiden dat een partij in tweede instantie belanghebbende wordt. Bijvoorbeeld, bewoners die in de buurt van deze dieren wonen, kunnen te maken krijgen met overlast, zoals geluidsoverlast of schade aan hun bezit.

Secundaire belanghebben kunnen worden:

  • Bewoners: Mensen die in de buurt van gebieden met hoefdieren wonen, kunnen te maken krijgen met overlast, zoals geluidsoverlast of schade aan tuinen.
  • Waterschappen: Waterschappen kunnen te maken krijgen met schade aan dijken en oevers door de hoefdieren en het beheer.
  • Verkeersdeelnemers: Verkeersdeelnemers kunnen het risico lopen op een aanrijding met hoefdieren.
  • Onderzoek: De samenleving heeft naast de behoefte aan onderbouwing van het beheer ook behoefte aan kennis. Dat belang kan strijdig zijn met de doelen van de primaire belanghebbenden.
  • Recreanten: Sporters, fietsers, wandelaars, huisdierbezitters en andere recreanten kunnen hinder ondervinden van de hoefdieren en het beheer.
  • Toerisme: Toerisme georiënteerde organisaties kunnen een belang hebben bij de aanwezigheid van hoefdieren als trekpleister.

Adaptief beheer voorkomt dat mensen die geen directe verantwoordelijkheid dragen, de mplementatie van de maatregelen beïnvloeden. Deze aanpak maakt deel uit van een bredere verschuiving naar meer adaptief beheren van in het wild levende dieren op basis van interacties tussen mens en dier.

Samenwerken

De gewenste situatie bestaat uit samenwerken door participatie en adaptatie. Participatie en adaptatie zijn nauw met elkaar verbonden begrippen. Participatie van belanghebbenden leidt tot adaptatie van problemen en een effectieve aanpak.

Het betrekken van belanghebbenden heeft voordelen zoals een grotere betrokkenheid bij het beheer en betere inzichten voor het oplossen van problemen. Adaptief beheren is veelbelovend voor het beheersen van problemen, zoals de gevolgen van de reeënpopulaties in Nederland. De resultaten van pilots in het buitenland zijn bemoedigend, waarbij adaptief beheer schade aan gewassen minimaliseert en de biodiversiteit bevordert.

In de komende jaren zullen mits de aanpak wordt gefaciliteerd de beste praktijken zich ontwikkelen.

Afbeelding: Reeën en verkeer. Foto: Mark Zekhuis

Beheren van in het wild levende hoefdieren in Nederland is een uitdaging vanwege beperkte ruimte, hoge maatschappelijke druk en de toenemende populaties hoefdieren. Het huidige beheer, dat zich richt op lage dichtheden vanwege maatschappelijke belangen (zoals landbouw, verkeer en veiligheid), is niet altijd effectief. Een veelbelovende oplossing is Adaptief Impact Management (AIM), een beheermethodiek voor wilde hoefdieren in Nederland. Het succes van AIM hangt af van het wegnemen van juridische onduidelijkheden en het bewijzen van effectiviteit in de Nederlandse context.

Adaptief Impact Management (AIM):

AIM is een veelbelovende beheermethodiek voor wilde hoefdieren in Nederland. Het kan flexibel inspelen op maatschappelijke belangen en biedt een gestructureerde aanpak voor effectieve beheermaatregelen. Voordelen van AIM zijn onder andere:

  • Flexibiliteit in beheer: AIM kan de effecten van beheer aanpassen naar en combineren met maatschappelijke belangen.
  • Afstemming op maatschappelijke belangen: Het legt maatschappelijke draagkracht per gebied vast met betrokkenheid van de belanghebbenden.
  • Richtlijn/basis voor beheer: AIM kan dienen als leidraad voor inventariseren, monitoren & evalueren van beheermaatregelen.

Uitdagingen voor AIM zijn onder andere onduidelijkheden binnen het wettelijk kader en onvoldoende ervaring in de Nederlandse context. Aanbevelingen om AIM te bevorderen zijn het uitvoeren van proefprojecten, wetenschappelijke begeleiding, betrokkenheid van alle belanghebbenden en integratie van recreatie en oogsten uit het beheer. Belangrijke actoren in het huidige wetgevingskader zijn provincies, FBE (faciliteren van wildbeheer) en WBE (uitvoerende taak bij wildbeheer).

Aanbevelingen om AIM te bevorderen zijn het uitvoeren van proefprojecten onder wetenschappelijke begeleiding inclusief het betrekken van de belanghebbenden en integratie van oogsten uit het beheer.

Belangrijke actoren in het huidige wetgevingskader zijn provincies, FBE (faciliteren van wildbeheer) en WBE (uitvoerende taak bij wildbeheer).

Aandachtspunten:

  • Beheerdoelen: Helder formuleren van maatschappelijke belangen en beheerdoelen.
  • Draagkracht: Afstemming tussen ecologische en maatschappelijke draagkracht.
  • Monitoring: Cruciaal voor acceptatie van schaalbaar beheerssysteem.
  • Samenwerking: Proactieve betrokkenheid van alle belanghebbenden in beheerproces.
  • Draagkracht: Afstemming tussen ecologische en maatschappelijke draagkracht.
  • Faciliteren: Kansen voor AIM scheppen.

Conclusie:

Adaptief beheer is een innovatieve beheerstrategie met potentie om de toekomst van reeënbeheer in Nederland vorm te geven. De voordelen van flexibiliteit, doelgerichtheid en efficiëntie maken adaptief beheer een waardevol alternatief voor traditionele beheermodellen.

Echter, de uitdagingen op het gebied van dataverzameling, modelmatige analyse, besluitvorming en samenwerking mogen niet worden onderschat.

Adaptief beheren biedt perspectief voor effectief beheer van hoefdierpopulaties in Nederland, mits de juridische onduidelijkheden worden weggenomen en de mogelijkheid wordt geboden ervaring op te doen met de toepassing ervan.

Tenslotte:

Het betrekken van belanghebbenden is een cruciaal aspect van het beheer van wilde hoefdieren. Door alle betrokken partijen te betrekken, kan een breed gedragen beheer worden gerealiseerd dat rekening houdt met de verschillende belangen. De komende decennia zullen uitwijzen of adaptief beheer een succesvolle methode is om reeënpopulaties in Nederland duurzamer, efficiënter en meer maatschappelijk verantwoord te beheren.

Kortom:
Adaptief beheer biedt perspectief voor effectief beheer van hoefdierpopulaties in Nederland, mits de juridische onduidelijkheden worden weggenomen en gelegenheid wordt geboden om ervaring op te doen met het toepassen ervan.

Verder lezen?

Cookies instellen